Heroes

Posted: mei 18, 2012 in -:Peoplz:-, -:Tripz:-

Soms, heel soms, kom je helden tegen. Neenee, niet Vincent Kompany. In de tijd dat dit geschreven is mocht hij weer een slordige 1000€ op zijn rekening schrijven. De rufter. Jaloers? Vaneigens dadde…

Maar je had het over echte helden? Jawel. Een alweer epische Westhoek ontdekkingstocht vanmiddag. Ooghoek. Parking oldtimermuseum. Ooit gedacht dat dit bij Vleteren hoorde. Maar het is Lo-Reninge. Niet erg. De DeLorean. DeLorean? Ik herhaal. Dé DeLorean.  DMC 12. Nog nooit eerder in levende lijve mogen aanschouwen. Back to the Future. Letterlijk. Zo een exemplaar dat Vincent K. zonder probleem, na een paar uur gewoon Vincent K. zijn, kan kopen. Vleugeldeuren in volle glorie. Een van de 8583 gebouwde exemplaren. In de Westhoek. Koude rillingen bij een oldtimermuseum. Je komt nog eens iets tegen. Machtig.

Ik zie je al denken. Een auto is geen held. Klopt. Een auto kost geld. Maar dat is een andere discussie. Daarom. Eddy Ameye. Eén van de laatste borstelmakers in Izegem. Land van borstels en schoenen. Mooi in beeld gebracht op de regionale zender. Een levende held. Ritmisch bewegend. Samen met de machines. Een volksdans die je nog zelden ziet. Den blok zagen. Dan gaten maken in den blok. De vezel op lengtes snijden. En dan naar de machien. Met veel passie. Trots. Métier. En een beetje een pruillip. Misschien mistroostig omdat zijn ambacht verdwijnt. Of al verdwenen is. Hij is de laatste. Eddy Ameye. Held.

Soms, heel soms, kom je helden tegen. Zelfs in de Westhoek. Of West-Vlaanderen. Een auto. Of een Eddy. Maar om er zelf een te worden, is meer nodig. Trots. Ambacht. Vleugeldeuren. Métier. We zouden allemaal wel helden kunnen zijn. Zelfs al is het maar voor een dag.

Ragdoll Blues

Posted: mei 1, 2012 in -:Peoplz:-

Paulette. Klein. Brilletje. Haar in een knotje. Zoals het hoort voor een 76 jarige. Eenzaam. En alleen. Nooit getrouwd. Geen kinderen. Tot voor enkele jaren was ze reisgids. Elke drie maand nam ze een groep op sleeptouw. Naar Polen. Polen? Polen. De Wieliczka zoutmijnen. Oświęcim. De kathedraal aan de Wawel. De Joodse buurt Kazimierz. Het geboortehuis van Paus Johannes Paulus de Tweede. En de Lakenhalle op de Rynek Główny. Want die hebben ze daar ook.

Veel vriendschap tijdens de reizen. En op de dia-avond nadien. Want toen hadden ze die nog. Dia’s. Geen powerpoints, beamers of laptops. Oldschool in een verduisterde schoolzaal kijken naar alle foto’s. Ze was de ster van de groep en van de avond. Alles tot in de puntjes voorbereid. Een drankje nadien. En mogelijkheid om de foto’s bij te bestellen. 15 frank per stuk. Nog een briefje ter bedanking na het opsturen. En dan stopte het.

Enkel Martine. Die bleef terugschrijven. Ook nooit getrouwd. Een zielsverwant. Zelfs vier keer mee geweest op reis. Tot ze plots op haar laatste reis Jean-Paul leerde kennen. Mooi huwelijksfeest. Maar daarna zag ze ze steeds minder. En Paulette bleef weer alleen achter. Een paar jaar later moest ze op pensioen. Vruchteloos de banden met oude reisgezellen proberen aan te halen. Nieuwe dia-avonden in haar living thuis. Zonder succes. Uit het oog, uit het hart.

Haar enige verzet? De enquêtebureaus hebben haar nummer gevonden. Synovate. En Dimarso. Wekelijks heeft ze prijs. Tussen 18u en 19u. Een gesprek van 30 minuten met Joyce. Of Katrijn. Of Jonas. Ze hoort nog eens iemand. Ook gisteren. Vruchteloos proberen het gesprek in een andere richting te sturen. Helemaal tevreden, tevreden, noch tevreden noch ontevreden, ontevreden of helemaal ontevreden. Dat is het enige. Proberen te zeggen dat ze overmorgen niet mogen bellen. Want dan is er een nieuwe dia-avond. Vruchteloos. Opnieuw. Lichte paniek. Paulette. Klein. Brilletje. Haar in een knotje. Zoals het hoort voor een 76 jarige. Eenzaam. En alleen.

Waltzing Mathilda

Posted: april 15, 2012 in -:Tripz:-

Nog 364 keer slapen. Met een beetje geluk nog maar 363 keer. Het is een klein verschil. Maar een dag is een dag. Al is het nog altijd een jaar min twee dagen. Pff… Ik zie je al denken. Waar heb je het over? De Amstel Goldrace? Neen. In Amsterdam doet trouwens het gerucht de ronde dat ze het water van deze beek gebruiken voor het brouwproces. Of zeggen alleen goede Belgen dat. In elk geval, het is eraan te zien. En te proeven…

Daar hebben we in de Westhoek geen probleem mee. Kwaliteit. Op alle vlak. En zeker de bieren. Gohgoh. Het was me het weekendje wel. Volkscafés. Streekbieren. Picon. In Vleteren, Alveringem, Poperinge en Heuvelland. 45 deden er mee. 45! En dat moet je ontdekken. 3 dagen lang. De houten kop neem je er voor lief bij…

Veel ontdekt. En herontdekt. Een brouwerij. Cafeetjes in het gat van de uil. Volksspelen. Bolletra. Een boerestute met toespijze. En een, excuses, DE toogfilosoof. De aforismen vlogen ons om de oren. Begeleid met een Sint Bernardus Tripel. Een Bernadetje noemen ze dat. Machtig. Jammerlijk overgeslagen: “Men is maar zoveel keren man, als men pinten drinken kan”. Maar dat is niet erg.

In Watou speelden ze Ierse Pubsongs. Dat de “Ieren” eigenlijk uit Veurne kwamen, kon de pret niet drukken. Het was eraan te zien. En te horen. We zongen vrolijk mee. Waltzing Mathilda. En Tiperary. Jammer dat Yves van de Aisne er niet bij was.

‘s Avonds laat nog gepasseerd in Poperinge. Bij de lustige Joerivrienden. Ooit een aspirant wielrenner. Nooit in de Amstel Goldrace geraakt. Altijd aspirant gebleven. Daar zongen ze luidkeels de nieuwste schijf van Will Tura. Want hij is een zanger. Jammer dat zij niet meededen aan het weekend. Echte volkssfeer in een echt volkscafé. En dat gebeurt daar elke weekend, misschien zelfs elke dag. Uitgesteld is echter nooit verloren.

Nog 364 keer slapen. Met een beetje geluk nog maar 363 keer. Het is een klein verschil. Maar een dag is een dag. Al is het nog altijd een jaar min twee dagen. Weekend van het Volkscafé 2013… Machtig!

Man down

Posted: maart 20, 2012 in -:Peoplz:-

Morgen. Morgen mag ik naar huis. De hele nacht hebben ze ijs op Gerards been gelegd. Omzwachteld. Maar ze schoven er altijd weer af. Hij trok het zich niet aan. Hij dartelt vrolijk rond. Alsof er niets aan de hand is. En toont aan iedereen zijn been. Het is al wat beter. De knikkers zijn niet meer zo geprononceerd. En zijn been ziet er al wat normaler uit van kleur. Lichtpaars in plaats van donkerblauw. Niet zo leuk, bij je ontbijt.

Ik trek nog eens een verse pyjama aan. De laatste hoop ik. Buiten is het mooi weer. Ideaal voor een terrasje. Pascal zit waarschijnlijk in de frituur, met een grote pak friet met andalouse, en een frikadel special. Samen met zijn opa en oma. Het mag officieel weer, niet dat hij zich daar de voorbije weken iets van heeft aangetrokken. Te vertellen wat voor een zware operatie hij had. Hoe hij door het oog van de naald is gekropen. Een gigantisch groot oog, welteverstaan. Danny is bezig aan het aperitief: een grote blonde Leffe. Terwijl de barbecue staat op te warmen, en de worsten in de koelkast liggen te wachten op hun laatste oordeel. Met de hele familie gezellig roddelen over die gast die naast hem lag in de kliniek. Arlette zegt nog eens dat hij in beweging moet blijven. Hij kan al bijna weer normaal recht wandelen.

Dirk geniet misschien nog van een warme maaltijd in de ‘hoofdkliniek’ in Veurne. Of hij is wanhopig op zoek naar een raam dat open kan op het vijfde verdiep. Jason staat fluks rekken te vullen in de buurtwinkel. Gisterenavond te veel gedronken, en met een forse veertiger meegereden. Een cliché: grote snor, lederen pet, recht uit een clip van de Village People. Roger, die is er nog het best aan toe. Hij zit in zijn zetel, met een porto in zijn hand. De hele historie van enkele weken geleden is hij helemaal vergeten. Hij gaat de banden van zijn fiets blazen. Het is mooi weer. Dan kunnen ze een toertje doen.

Thuis zijn ze waarschijnlijk alles in stelling aan het brengen voor mijn thuiskomst. Het bed opmaken, kleren klaarleggen, yoghurt gaan kopen. Want de eerste twee weken blijft mijn dieet onveranderd. Niet erg, thuis smaakt alles beter. Nog enkele grote zakken klaarleggen. Om vanmiddag al een deel van het materiaal terug naar huis te brengen. Vlug eten. Uiltje knappen. En dan weer weg. Naar kamer 241.

Één jaar geleden…

La chanson de Craonne

Posted: maart 10, 2012 in -:Tripz:-

Het was me het weekje wel. Druk. Vergaderingen. Plannen. Recepties. Allemaal zeer vruchtbaar. Een beetje zoals alle andere weken. Maar nu was er een mooi vooruitzicht. Een tweedaagse studiereis naar de Somme en de Aisne. Een eductour noemen de Fransen dat. De sloebers.

Een goed gevuld programma. Dat wel. Van schitterende musea met geweldige objecten naar de obligate etalagepoppentafereeltjes. Want het blijft natuurlijk Frankrijk. Mooi museum in Péronne. Clean. Strak. Misschien iets te.
“Ze waren wel proper, de soldaten. Die schoenen lijken nieuw, kijk maar naar de zolen.”
“Waarschijnlijk was de soldaat een schoenmaker. En die blijven bij hun leest, ook in de loopgraven.”
Het zou zo maar kunnen.

Fantastische sites. Een krater. Een ruïne van een abdij. Een ondergronds complex in een groeve. Loopgraven. Begraafplaatsen. Britse, Franse, Duitse. Slachtoffers uit alle windstreken. Bezoekerscentra. Monumenten. Een beetje zoals in de Westhoek. Maar toch heel anders. De geweren worden ook daar in stelling gebracht. En gidsen. In het Frans, Engels, Duits en Nederlands. En West-Vlaams. Verwarrend soms. En een beetje grappig. Viertalige simultaanvertaling. Faut le faire.

Eventjes wenkbrauwgefrons toen de franstalige gids met Duitse roots begon te zingen. Zijn naam was Yves. Tipperary in gebroken Engels op de bus. The Voice van de Aisne. Geen winnaar. Te weinig grain… En toch slaagde hij erin bij de ruïnes van Craonne iedereen stil te krijgen met het Chanson de Craonne. Dat dit een verboden lied was tot in de jaren ’70. Reactionair. Protestsong avant la lettre. Kippenvel. Ondanks zijn povere zangkwaliteiten. Faut le faire…

Adieu la vie, adieu l’amour,
Adieu toutes les femmes
C’est bien fini, c’est pour toujours
De cette guerre infâme
C’est à Craonne sur le plateau
Qu’on doit laisser sa peau
Car nous sommes tous condamnés
Nous sommes les sacrifiés

Bloed en Rozen

Posted: maart 4, 2012 in -:Cultureclub:-

Laat me nog eens een toneelstuk schrijven. Ik, de zelfverklaarde slagerszoon met een brilletje. Ik, de koningsdramaturg van de lage landen. Ik, de Shakespeare van Vlaanderen. Ik, Tom Lanoye.

Laat me er een meesterwerk van maken. Gevuld met jambische hexameters. En gezwollen taalgebruik. Alliteraties. Allegorieën. Allusies. Beladen beeldspraak en archaïsche alexandrijnen. Zodat de kenners van cultuur kunnen smullen van mijn kunde.

Laat me twee verhalen verstrengelen. Dat van Jeanne d’Arc en Gilles de Rais. Enkel de echte liefhebbers weten over wie het zal gaan. Van die mensen die ooit naar Rouen trokken om de plek van de brandstapel te bezoeken. Ik mag echter het gewoon gepeupel niet vergeten. Vlug nog enkele verwijzingen naar Nonkel Roger erin stoppen. Zoals Geert Hoste het zou doen. Ik zie het al staan in de brochures: Ze concentreren zich op de macht en de manipulatie van het instituut Kerk. Brandend actueel. Haha…

Laat me er samen met de regisseur  een kunststuk van maken. Technologische hoogstandjes. Met camera’s en videoschermen. Visueel verbluffend. Kolderieke kostuums. Sterke acteurs. En laat het zo lang duren dat iedereen het wel goed moet vinden. Ik zie ze al voor me, in de foyer. Mij opnieuw bewieroken. Een tour de force. Een bravourestuk. Een meesterwerk. Bloed en Rozen. Het lied van Jeanne en Gilles.

Rolling in the deep

Posted: februari 11, 2012 in -:Peoplz:-

Ik zal het maar bekennen. Er is een nieuwe vrouw in mijn leven. Ze heet Ellen. Heet? Heet! Noemen is namelijk fout. Als we iemand met een bepaalde naam aanduiden of een naam geven, noemen we hem of haar aldus. Het is mogelijk dat hij of zij anders heet. Hoe we iemand noemen komt dus niet noodzakelijk overeen met hoe hij in werkelijkheid heet. Ingewikkeld allemaal. Ik weet het.

Een heel lieve stem. Zacht. Gemoedelijk. Zoals het hoort. Ze luistert goed. Beter dan Carmen. Carmen? Carmen. Die heb ik eerst geprobeerd. Maar het klikte niet… Ellen is echter ook niet gemakkelijk. Soms negeert ze me compleet. Of doet ze het tegenovergestelde van wat ik vraag. Spreekt ze luider terwijl ik haar stiller wou laten praten. Typisch waarschijnlijk.

En dan word ik een beetje boos. Verhef mijn stem. Nee. Ik wil niet omkeren. Nee. Ik vroeg niet naar Veldstraat Gent. Nee. Ik wil geen alternatieve route. Nee. Ik rij niet te snel. Nee. Doe gewoon wat ik vraag. Maar dat is nog moeilijk. Ontgoocheld naar huis dan maar. Want dat lukt altijd feilloos. Gelukkig. Dat zal ze leren.

Het is dus voorlopig een beetje zoeken. De relatie staat nog niet op punt. We leren elkaar volop kennen. Het is wel leuk. Alle knopjes ontdekken. Functies uitspitten. Onbekende mogelijkheden vinden. En als ik ze beu ben of het beter weet, zet ik ze gewoon uit. Makkelijk. Ze heet Ellen. Heet? Heet!

 

Nothing really ends…

Posted: januari 24, 2012 in -:Peoplz:-

Flashback. Eind januari 2011. Griepje gevat. Want griepjes vat je blijkbaar. Geen idee waarom. Paar dagen thuis, zalig. Toch de dokter maar verwittigd, wettig afwezig zijn en zo. ‘O ja, ik voel ook soms wat vervelends in mijn buik, en ik ben wat kilo’s vermagerd.’ ‘Je gaat toch best nog deze week een CT-scan laten uitvoeren, ik voel precies iets aan je milt.’

De milt. Is dat niet dat ding waar ik vroeger steken in had tijdens de sportles? Die heeft al jaren niet meer gestoken, al kan dat ook aan het niet meer sporten liggen. Pinten drinken, ja. Maar dat zal wel niet meetellen. Enkele dagen later naar het ziekenhuis. Eerst een zeer aangenaam drankje drinken. Dan in ondergoed naar de machine. Zwarte Eskimo boxer. Wit onderhemd. Zoals het medisch schoolonderzoek vroeger.

‘Zie je iets?’ ‘Ja, er is iets te zien, maar ik mag hier niets over zeggen. Het kan altijd zijn dat ik verkeerd ben. Dan zouden we je onnodig ongerust gemaakt hebben. En dat is niet de bedoeling.’ Een uurtje later stond de huisarts voor de deur. ‘Er is een grote tumor gevonden in je buik, 20 centimeter doorsnede. Die moet er zo snel mogelijk uit. Ik heb een afspraak gemaakt met de oncoloog. Waarschijnlijk ga je nog een paar onderzoeken moeten hebben. Ja, het is een groot ding. Het zit rond je maag, heel vreemd.’

Wacht even. Oncoloog. Tumor. ‘Ben je me nu aan het zeggen dat ik kanker heb?’ ‘Ja, daar ziet het toch naar uit.’

Het is vreemd. De volgende zinnen passeren zomaar. Je hoort praten. Maar luistert niet. Ook de weken daarna leef je in een roes. Geen happy trip. Meer een mislukt LSD-experiment. Eén jaar geleden. Er verandert veel. En er is veel veranderd… Nothing really ends…

Voor wie ik liefheb, wil ik heten

Posted: november 10, 2011 in -:Peoplz:-

Zijn moeder is zijn naam vergeten. Dirk. En nog iets. Hij praat nogal snel. En onduidelijk. Een probleem met een dochter die de politie heeft gebeld. Of een stiefdochter. Of zo. Hij was ook wel een beetje dronken. Je zou van minder de draad kwijt raken. Dirks stiefkinderen zijn geen fan van hem. Terwijl hij alles voor ze gedaan heeft. Ze hebben hem nu laten opnemen in het ziekenhuis. Want Dirk heeft geen zin meer in het leven.

Dirk zit niet op zijn plek in een normale kliniek. “Dit is geen psychiatrische instelling. En geen hotel”, zegt de dokter. “Kan je dat geloven? Die gaat me nog zeggen wat ik moet doen. Het is hier geen hotel, zegt ze. Geen hotel, zegt ze. Waar moet ik dan naartoe? Naar huis ga ik niet meer. Ik heb een hoofddokter nodig. Voor mijn hoofd.”

Dirk. Depressief. Kort broekje, T-shirtje en pantoffeltjes. Het is een kleine man. Beetje kalend. Grote snor. En een trieste blik in zijn ogen. De walm van sigaretten achtervolgt hem. Hij heeft een tatoeage op zijn arm. Een verweerde naam. Waarschijnlijk van zijn eerste vrouw. Een verweerde liefde. Geen geld om die eraf te halen. De pantoffelheld.

Vijf dagen. Daarna moest Dirk weg. Naar de echte psychiatrie. In Veurne. Revalideren. In zijn hoofd. Niet gemakkelijk. Zolang hij maar geen sigaret aansteekt in zijn kamer. Een brand is het laatste wat het ziekenhuis nodig heeft. Laat dat nu net Dirks bedoeling zijn. Voor wie hij liefheeft, wil hij heten. Dirk. En nog iets.

School is cool

Posted: november 5, 2011 in -:Media:-, -:Peoplz:-

Je zal maar Thomas Verbeke heten. Je zal maar Thomas Verbeke heten, en een droom hebben. Je zal maar Tomas Verbeke heten, en journalist willen worden. Sinds het eerste studiejaar druk doende met betekenisloze schoolblaadjes. Als jongste ooit artikels mogen schrijven voor de Streekkrant. En dan twee jaar later een studiekeuze moeten maken. Germaanse filologie? Of toch een bachelor in de journalistiek… Misschien het laatste, zei het PMS, excuus, CLB.  Dan kun je nog altijd aanvullen met een Master Communicatiewetenschappen. Of zo.

Jaren studie. Eén keer zittenblijven. En vier keer tweede zit. De calvarietocht kunnen beëindigen met een schitterende eindproef. Vergelijkende literatuuronderzoek Humo en P-magazine. Verbluffende resultaten. En een welverdiende geslaagd op voldoende wijze. Het eerste stuk van de droom waargemaakt.

Werk zoeken. Niet evident. Verschoning. Werk vinden. Niet evident. Freelancer. Zo moet je beginnen, had een mentor hem verteld. Aannemen wat je kunt. Een echte copywriter. Redacteur. In de voorgeborchten van de journalistiek. Karaat. Effect. De lokale krant. Opklimmen tot  regionale correspondent van een nationale krant. En we zijn 10 jaar verder.

Eindelijk. Na alle beproevingen. Na al die jaren van een ondermaats loon. Na al die tijd van onzekerheid. Een kans. Knack. Nieuws, duiding en discussie. Nog geen grote artikels. Eenvoudig starten. Met de rubriek Pro Contra. Spek voor zijn bek. Weg van de eindeloze artikels over weekendongevallen, kleinzielige dorpspolitiek en overmaatse pompoenen. Het echte werk. Hij is er klaar voor.

Je zal maar Thomas Verbeke heten. Je zal maar Thomas Verbeke heten, en een droom hebben. Je zal maar Tomas Verbeke heten, en journalist zijn. Je zal maar Thomas Verbeke heten, en in je eerste  artikel voor je nieuwe werkgever een magistrale DT-fout schrijven… In een artikel over taal dan nog. Je zal maar Thomas Verbeke heten. School is cool? School is cool.